Geen aardgas, wel warmte

Hybride warmtenetten met Sape de Haan

Warmtenetten niet alleen een zaak van techniek.

De introductie van warmtenetten is niet alleen een zaak van techniek, maar ook van geld, organisatie en regelgeving. Het streven is dat warmte in beginsel overal even duur is, ongeacht de bron.
Bij de gas- en elektriciteitsvoorziening is iedereen aangesloten op één groot systeem, waarvoor de kosten voor gebruik gelijk zijn verdeeld over consumenten. Voor de levering van gas en elektriciteit kan de gebruiker kiezen uit diverse leveranciers. Dat geeft concurrentie, waardoor de energietarieven op redelijk niveau blijven.
Bij warmtenetten ontstaat een andere situatie. Voor elk systeem wordt een apart bedrijf voor de exploitatie opgericht. In bijvoorbeeld Groningen is dat gevormd door de gemeente en het drinkwaterbedrijf en in Emmen door het drinkwaterbedrijf alleen.
De warmtesystemen kunnen onderling sterk verschillen. De bronnen, gebruikte technieken en omvang kunnen steeds weer anders zijn. Dat geeft verschil in de benodigde investeringen en dus in de feitelijke kosten per aansluiting. Bovendien zijn de gebruikers afhankelijk van één leverancier. Regelgeving voorkomt dat die ongebreideld zijn tarieven kan verhogen. Momenteel geldt hiervoor de zogeheten NMDA-regel. Die afkorting staat voor Niet Meer Dan Anders. De regel is opgenomen in de Warmtewet en bepaalt dat afnemers niet meer voor hun duurzame warmte mogen betalen dan ze kwijt zouden zijn aan ‘gaswarmte’.
Minister Kamp kondigt uitgebreid onderzoek aan naar onder meer de aanwezigheid van warmtebronnen en hun potentiële opbrengsten. Dat moet een marktmodel opleveren waarbij regels kunnen worden gemaakt, die ervoor zorgen dat alle afnemers van de nieuwe nutsbedrijven verzekerd zijn van warmte voor een redelijke prijs.

Bron: Dagblad van het Noorden